Strand

Jurre gaat met oma en opa naar het strand. In zijn rugzak heeft hij taartvormpjes en een kiepwagen. De grote schep  draagt hij ook zelf.  Opa vindt  een fijn  plekje aan de vloedlijn om te zitten.

Opa en oma zetten het windscherm op. Jurre gaat meteen spelen in het zand. Hij kan heel goed scheppen met de nieuwe schep. Oma zegt: ‘Ga maar water halen voor die diepe kuil’.

Maar oei, wat is de zee groot en wild. Gelukkig wil opa met Jurre mee. Samen vullen ze een gieter met water voor Jurre’s kuil.  En nog een, en nog een want het water verdwijnt heel snel in de bodem.

 

Er is nog veel meer te ontdekken op het strand. De golfjes waar je overheen kan springen, de mooie schelpen en kwallen. Opa leert Jurre dat je daar maar beter niet op kan gaan staan omdat je dan prik-voeten krijgt.

De heerlijke dag vliegt voorbij.  Het is tijd om naar huis te gaan. Boven aan het duin eten ze een ijsje want dat hoort erbij.

Moe en tevreden ligt Jurre ‘s avonds in bed. Oma kruipt nog even bij hem. Vlak voor zijn oogjes dichtvallen zegt Jurre : ‘Oma, ik vind jou zó lief, helemaal tot in Friesland!’.

Oma lacht: ‘Jij bent ook een lieverd!’,  maar dat hoort Jurre al niet meer….

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail