Met de tram naar de stad

Jurre en oma gaan met lijn 4 naar de stad om naar de Klimpieten te kijken. Voor de Bijenkorf stappen ze uit. Oma wil met Jurre naar binnen maar naast de winkel is een bouwplaats. Daar kan je niet zomaar aan voorbijlopen, vindt Jurre.  Hij blijft staan en bekijkt op zijn gemak hoe een kraanwagen op en neer rijdt om cement te scheppen en te storten.  Het is erg koud maar Jurre heeft er geen last van. Oma wel. Zij wil graag naar binnen.

 

Gelukkig is Jurre ook nieuwsgierig naar de Klimpieten. Hand in hand met oma stapt hij het grote warenhuis in.  Ze moeten een verdieping omhoog met de roltrap.  Daar moeten ze even zoeken maar opeens roept Jurre: ‘’Kijk oma, daar zijn ze!’’ En ja hoor, aan dikke touwen klauteren de Pieten van beneden naar boven en  terug. Jurre kijkt zijn ogen uit.

 

 

 

 

 

 

 

 

Als ze na een hele poos weer buiten staan wacht daar nog een derde verrassing. Op de Dam is een mevrouw aan het bellen blazen. Heel veel grote gekleurde zeepbellen. Jurre rent over het plein om er zoveel mogelijk te vangen. Hij wordt er helemaal wild van. En moe! Terug in de tram valt hij bijna in slaap.

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail