Maandelijks archief: maart 2016

Boren

Het is stil in oma’s huis. Jurre doet zijn middagdutje. Opa wil eigenlijk een klusje doen met de boormachine. Hij moet nog even wachten, vindt oma. Tot Jurre lang genoeg geslapen heeft. Als opa eindelijk mag boren, gaat oma boven aan de trap zitten om snel naar Jurre toe te kunnen als hij schrikt van het lawaai.

Prrrrrrrrrr, dreunt de boor. Oma schrikt ervan. In Jurre’s kamer blijft het stil. Ook als het lawaai nog een tijdje doorgaat.  Als opa klaar is, hoort oma toch wat geluid achter de deur van de slaapkamer.  Ze gaat naar binnen.  Daar zit Jurre rechtop in zijn bedje, tevreden sabbelend op zijn speen en zijn konijntje onder zijn neus. Als hij oma ziet doet hij zijn wijsvingertje omhoog en zegt: ‘’boehoehoe…’’.

”Ja, dat was de boor”, lacht oma. ”Bang voor lawaai ben je in ieder geval niet!”
IMG_2797

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Op visite

Jurre logeert bij oma en opa in Alkmaar. Samen met oma gaat hij op visite bij Moira, die ook bij haar opa en oma is. Jurre kijkt, veilig bij oma op schoot, eerst de kat uit de boom. Pas als de omgeving en de mensen in orde lijken, gaat hij op verkenning.  Moira heeft mooi speelgoed.  Zij heeft zelfs een zingende theepot. Een mooie roze. Jurre schenkt thee in de kopjes terwijl er een vrolijk deuntje klinkt.

IMG_2787

Moira kijkt toe. Zij wil nu ook wel even met de theepot. Ze pakt het oor en trekt de pot uit Jurre’s handen. Jurre jammert een beetje.  Verder doet hij niets. Hij is veel groter en sterker dan het tengere meisje maar is zich daar totaal niet van bewust. ‘’Ha, ha, denkt oma. Net zijn vader vroeger!

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Boot

Jurre is bij opa en oma in Alkmaar. Het is een koude, gure dag. Toch wil oma even met hem fietsen. Dik ingepakt zit Jurre voor in het zitje. Onderweg wijst hij naar alles wat hij ziet en dan mag oma zeggen wat het is. Ze zien van alles: meeuwen, eenden, meerkoeten en twee witte zwanen. Opeens ziet Jurre een kano in het water liggen. Dat kan hij zelf al zeggen: ‘Bóót’!

De kinderboerderij is gelukkig niet ver. Het is er stil, dat heeft vast met het nare weer te maken. Jurre loopt de stal in. Hij kijkt bij de geiten en ook bij Sofie, het grote varken. Dan wordt Jurre’s aandacht getrokken door een kist met speelgoed.  Hij kan zijn geluk niet op: een vrachtauto, een takelwagen, een brandweerauto en zelfs een hijskraan. De dieren is Jurre vergeten.IMG_2769

Als oma naar huis wil, helpt Jurre haar met opruimen. Samen gooien ze alles terug in de kist. Oma is verbaasd dat Jurre niet protesteert. Voor ze hand in hand de stal uitlopen, draait Jurre zich toch om. Hij kijkt verlangend naar de mooie auto’s…  Snel pakt oma zijn speen uit haar jaszak. Dat helpt. Jurre pakt de speen en  stopt hem in zijn mond. Zo laat hij zich tevreden in het fietszitje zetten.

Op de terugweg is het nog kouder want ze hebben tegenwind. Het is ook een beetje gaan regenen. Oma fietst zo hard ze kan.  ‘Het arme kind’, denkt ze.  Maar Jurre blijft opgewekt. En alert. Want als de kano weer in zicht komt roept hij minstens zo verheugd als op de heenweg: ’Bóót’!  Oma lacht.  Ze voelt de kou ook niet meer.

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail